Uitreiking van een bewijsstuk aan de patiŽnt
Sinds 1 juli 2015 bent u als zorgverlener wettelijk verplicht om in bepaalde situaties een bewijsstuk aan de patiŽnt uit te reiken, waarin duidelijk het te betalen bedrag, de tegemoetkoming van het ziekenfonds, enz. vermeld zijn.

In welke situaties moet u een bewijsstuk aan de patiënt uitreiken?

  1. Als u tegelijkertijd vergoedbare en niet-vergoedbare verstrekkingen aanrekent. Vanaf 1 juli 2015 moet u een bewijsstuk uitreiken als u tegelijkertijd vergoedbare verstrekkingen en niet-vergoedbare verstrekkingen (waarin de ziekteverzekering (verzekering voor geneeskundige verzorging) niet tegemoetkomt) aanrekent. 

  2. Als u verstrekkingen elektronisch in de derdebetalersregeling factureert, omdat de patiënt in dat geval geen papieren getuigschrift voor verstrekte hulp ontvangt.

Wat moet er in het bewijsstuk worden vermeld?

De GVU-wet legt een reeks vermeldingen vast. Die moeten op het bewijsstuk worden vermeld. Elke sector kan echter aan het Verzekeringscomité voorstellen om die lijst, binnen de grenzen die zijn vastgesteld in de wet, aan te passen rekening houdende met de specifieke eigenschappen van de sector.

Volledig bewijsstuk

Het bewijsstuk moet het volgende bevatten:

  • Het totaal te betalen bedrag (met inbegrip van de al betaalde voorschotten)
  • Lijst van de betrokken vergoedbare verstrekkingen, met voor elke verstrekking:
    • Het nomenclatuurnummer of de omschrijving
    • Het bedrag dat krachtens de tarieven is betaald
    • Het bedrag dat de patiënt als supplement heeft betaald
    • De tegemoetkoming die rechtstreeks aan het ziekenfonds wordt gefactureerd
  • Lijst van de betrokken niet-vergoedbare verstrekkingen, met voor elke verstrekking:
    • De omschrijving
    • Het te betalen bedrag

Vereenvoudigd bewijsstuk

Dat bewijsstuk kan worden uitgereikt wanneer een GVH dat alle vergoedbare verstrekkingen bevat, aan de patiënt werd uitgereikt.

  • Het totaal te betalen bedrag (met inbegrip van de reeds betaalde voorschotten)
  • Het totaal te betalen bedrag voor de vergoedbare verstrekkingen (waarvan geen details worden gegeven, aangezien die op het GVH vermeld staan)
  • Lijst van de betrokken niet-vergoedbare verstrekkingen, met voor elke verstrekking:
    • De omschrijving
    • Het te betalen bedrag

Bestaat er een model van bewijsstuk?

De GVU-wet voorziet niet in een model van bewijsstuk, maar dat kan per sector worden opgelegd.

Kan een factuur gelden als bewijsstuk?

Ja.
Als u een factuur uitreikt voor het geheel van de verstrekkingen (vergoedbare en niet-vergoedbare), die alle verplichte vermeldingen bevat die bij wet en eventueel door het Verzekeringscomité zijn vastgelegd (artikel 53, §1/2, zevende lid, van de GVU-wet), dan geldt die factuur als bewijsstuk.

Is er een kopie te bewaren ?

Moet u een kopie van het bewijsstuk bewaren?

Ja.
Op verzoek van de belastingadministratie moet u een kopie van het bewijsstuk kunnen voorleggen met daarop de gegevens die in het originele bewijsstuk zijn opgenomen, met uitzondering van de gegevens betreffende de identiteit van de patiënt.

Hoelang moet u een kopie van het bewijsstuk bewaren?

U moet de kopie van het bewijsstuk bewaren, tot het verstrijken van het zevende jaar of zevende boekjaar volgend op het belastbaar tijdperk. (Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 – artikelen 315-315bis).

Moet de patiënt het bewijsstuk bewaren?

Neen.
De patiënt is niet verplicht om het bewijsstuk te bewaren.

Mag het uitreiken van het bewijsstuk gelden als een vergoedingsvoorwaarde?

Nee.
U moet de patiënt het bewijsstuk uitreiken dat een overzicht bevat van de vergoedbare verstrekkingen en eventueel de niet-vergoedbare verstrekkingen. Het bewijsstuk moet niet aan het ziekenfonds worden bezorgd.