Petitie voor het behoud van de contingentering
Het ontwerp van koninklijk besluit dat de ministerraad op 6 december 2013 op voorstel van minister Onkelinx goedkeurde, beoogt een ongelimiteerde toegang tot enkele medische knelpuntdisciplines. Hiermee wil minister Onkelinx de contingentering of beperkte toegang tot bepaalde disciplines waaronder huisartsgeneeskunde afschaffen. We schetsen hieronder de nefaste gevolgen van deze ogenschijnlijk positieve maatregel om het vermeende tekort aan bijvoorbeeld huisartsen te verhelpen.


WAAROM DEZE PETITIE TEKENEN?


1. Het ontwerp is fundamenteel onrechtvaardig
Toen de federale wetgever in april 1996 besliste om het medisch aanbod te regelen met een numerus clausus voor artsen, reageerden de twee gemeenschappen die voor de medische opleidingen verantwoordelijk zijn, verschillend.
Vlaanderen hield in- en uitstroom goed in evenwicht, mede door het toelatingsexamen arts en tandarts. 
Door gebrek aan draagvlak voor een instroombeperking ontstond aan Franstalige zijde een onevenwicht dat nu leidt tot een verwacht surplus van een duizendtal gediplomeerde artsen in 2018.
Normaliter zouden deze extra artsen geen toelating tot uitoefening van de geneeskunde, en dus geen RIZIV-nummer, mogen krijgen. 
Dit leidde allicht aan Franstalige zijde tot heel wat electorale druk op politici – onder andere van bezorgde ouders – waarvoor minister Onkelinx nu bezwijkt.
Hierbij verliest men echter uit het oog dat dit een fundamenteel onrechtvaardige behandeling inhoudt voor duizenden Vlaamse jongeren die door de toegangsbeperking in Vlaanderen hun droom om arts te worden niet konden waarmaken.

1. Het ontwerp is fundamenteel onrechtvaardig
Toen de federale wetgever in april 1996 besliste om het medisch aanbod te regelen met een numerus clausus voor artsen, reageerden de twee gemeenschappen die voor de medische opleidingen verantwoordelijk zijn, verschillend.
Vlaanderen hield in- en uitstroom goed in evenwicht, mede door het toelatingsexamen arts en tandarts. 
Door gebrek aan draagvlak voor een instroombeperking ontstond aan Franstalige zijde een onevenwicht dat nu leidt tot een verwacht surplus van een duizendtal gediplomeerde artsen in 2018.
Normaliter zouden deze extra artsen geen toelating tot uitoefening van de geneeskunde, en dus geen RIZIV-nummer, mogen krijgen. 
Dit leidde allicht aan Franstalige zijde tot heel wat electorale druk op politici – onder andere van bezorgde ouders – waarvoor minister Onkelinx nu bezwijkt.
Hierbij verliest men echter uit het oog dat dit een fundamenteel onrechtvaardige behandeling inhoudt voor duizenden Vlaamse jongeren die door de toegangsbeperking in Vlaanderen hun droom om arts te worden niet konden waarmaken.

2. Een logistieke en kwalitatieve onderwijsnachtmerrie
Vlaanderen voerde het toelatingsexamen voor de opleidingen geneeskunde en tandheelkunde in om de instroom van studenten en uitstroom van artsen in evenwicht te brengen.
Door het opheffen van de contingentering – ook al is die gedeeltelijk – vervalt de decretale basis voor het toelatingsexamen. Dit schept nachtmerriescenario’s waarbij faculteiten geneeskunde excessief hoge studentenaantallen in het eerste jaar zullen moeten opvangen.
Los van de organisatorische onmogelijkheid om voor zulke grote groepen onderwijs te verzorgen staat dit haaks op de onderwijskundige aanpak die de opleidingen geneeskunde in Vlaanderen het voorbije decennium ontwikkelden.
Vroegtijdig contact met de medische praktijk door allerlei stages en activerend onderwijs in kleinere groepen wordt quasi onmogelijk wat de kwaliteit van de opleiding en dus van de gevormde artsen compromitteert.
Er zijn ook eenvoudigweg niet genoeg opleidingsplaatsen met voldoende klinisch aanbod om dergelijke plethora aan huisartsen en specialisten verder op te leiden conform de huidige kwaliteitsnormen.
Het valt ook te voorspellen dat bij het wegvallen van het toelatingsexamen de studievoortgang en slaagcijfers in de opleiding geneeskunde drastisch zullen dalen.
Dit resulteert in meer studenten die gedurende langere tijd en met een lagere efficientie deelnemen aan het onderwijssysteem, met een zware meerkost voor de studenten en de belastingbetaler tot gevolg.

3. Maak geen afdankertjes van knelpuntdisciplines
Het beperkt afschaffen van de contingentering lost niets op voor de problematiek van de zogenaamde knelpuntdisciplines. Integendeel, volwaardige disciplines schildert men hierdoor af als afdankertjes die worden ingevuld wanneer men niet is aangenomen voor andere specialisatieplaatsen.
Een betere benadering is om de betrokken specialismen financieel, organisatorisch en sociaal aantrekkelijker te maken door flankerende maatregelen. Huisartsgeneeskunde, bijvoorbeeld, is een volwaardig specialisme waarvoor geëngageerde jongeren zouden moeten kiezen omdat ze patiënten kwalitatieve zorg in een goed gestructureerd gezondheidssysteem willen aanbieden.

4. Een kwaliteitsvolle en betaalbare gezondheidszorg op basis van een correct medisch kadaster
Ten slotte is er nood aan de oprichting van een correct medisch kadaster dat het artsenaantal, hun activiteit en de verspreiding over verschillende regio’s (steden, platteland…) wetenschappelijk kwantificeert.
Dit laat toe het aanbod van studenten en afgestudeerde artsen op de medische vraag af te stemmen. De kwaliteit van opleiding en de gezondheidszorg gaan zo hand in hand.
Daarenboven zijn een correct kadaster en de afstemming van het medisch aanbod een middel om de kosten van de gezondheidszorg in toom te houden. Immers, over het verband tussen een teveel aan artsen en medische overconsumptie is al genoeg geschreven.

CONCLUSIE
De Vlaamse Gemeenschap die jarenlang trouw aan de federale planning en conform de wet gehandeld heeft, wordt nu schaamteloos voor schut gezet. 
Deze gang van zaken is een aanfluiting van goed bestuur. De bezorgdheid om de opheffing van de contingentering is geen corporatistische reflex zoals sommigen doen uitschijnen. 
Hier primeert de bezorgdheid om een kwaliteitsvolle en betaalbare gezondheidszorg in België en dit in het belang van de patiënt, om wie het uiteindelijk allemaal draait.

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Om al deze redenen vragen de organisaties en personen die deze petitie ondertekenen dat de federale meerderheidspartijen in de regering Di Rupo 
het ontwerp Koninklijk Besluit op de hervorming van het medisch aanbod intrekken.

KU Leuven
Prof. Dr. Rik Torfs, rector
Prof. Dr. Wim Robberechts, vicerector
Prof. Koenraad Debackere, algemeen beheerder
Prof. Dr. Jan Goffin, decaan faculteit geneeskunde
Prof. Dr. Jan Eggermont, vice-decaan faculteit geneeskunde 
Prof. Dr. Bert Aertgeerts, programmadirecteur van de POC Huisartsgeneeskunde van de Faculteit Geneeskunde
Prof. Dr. Willy Peetermans, programmadirecteur van de POC ASO van de Faculteit Geneeskunde
Prof. Dr. Dirk Van Raemdonck, programmadirecteur van de POC Geneeskunde van de Faculteit Geneeskunde

Universiteit Antwerpen
Prof. Alain Verschoren, rector
Prof. Johan Meeusen, vicerector
Prof. Joke Denekens, voorzitter onderwijsraad
Prof. Chris Vrints, vicedecaan
Prof. Dr. Paul Van Royen, decaan Faculteit Geneeskunde & Gezondheidswetenschappen
Universiteit Gent
Prof. Anne De Paepe, rector 
Prof. Freddy Mortier, vice-rector
Prof. Guy Vanderstraeten, decaan Faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen
Prof. Katharina D’Herde, academisch secretaris Faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen
Prof. Jan De Maeseneer, vice-decaan strategisch beleid Faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen
Prof. Geert Leroux-Roels, vice-decaan onderzoek Faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen
Prof. Dirk Matthys, vice-decaan onderwijs Faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen

Universiteit Hasselt
Prof. Dr. Piet Stinissen, decaan faculteit geneeskunde en levenswetenschappen
Prof. Dr. Ivo Lambrichts, vicedecaan faculteit geneeskunde en levenswetenschappen
Prof. Dr. Marjan Vandersteen, voorzitter OMT opleiding geneeskunde, faculteit geneeskunde en levenswetenschappen

Vrije Universiteit Brussel
Prof. Paul De Knop, rector
Prof. Yvette Michotte, vice rector onderwijs
Prof. Peter In’t Veld, vice-decaan studentenzaken 
Prof. Jacques de Keyser, vice-decaan onderzoek
Prof. Bart Rombaut, vice-decaan onderwijs
Prof. Alain Dupont, decaan van de Faculteit Geneeskunde en Farmacie

Vlaams Geneeskundig Studenten Overleg
Voorzitter: Benjamin Denoiseux
Vice-Voorzitter: Katharina Stabenow
Secretaris: Alexander Huybrechts
Penningmeester: Jens Goeteyn 
Algemeen bestuurder: Frederik Deman
Delegatieleiders:
Jeroen Kerstens, UA
Miet Vandemaele, UGent
Marjolein Willemsen, VUB
Ine Bollen, UHasselt
Victor Mazereel, KU Leuven

Koninklijke Academie voor Geneeskunde van België
Namens het bestuur: Bernard Himpens, voorzitter
Aart De Kruif, algemeen secretaris
 
Medi-Sfeer, weekblad voor huisartsen
Geert Verrijken, hoofdredacteur
De Specialist, 14-daags blad voor artsen-specialisten
Geert Verrijken, hoofdredacteur
Algemeen Syndicaat der Geneeskundigen van België
Dokter Reinier Hueting, voorzitter
Vlaams Geneeskundigen Verbond
Dokter Jan Dockx, voorzitter
Vlaams Artsensyndicaat
Dokter Hilde Roels, voorzitter
Dokter Marc Moens, ondervoorzitter
Domus Medica
Dokter Maaike Van Overloop, voorzitter
Syndicaat Vlaamse Huisartsen
Dokter Herman Moeremans, voorzitter
Verbond der Belgische Beroepsverenigingen van Geneesheren-specialisten
Dokter Jean-Luc Demeere, voorzitter
Dokter Marc Moens, secretaris-generaal
Vlaamse Beroepsvereniging Tandartsen
Yann Van Hoecke, voorzitter