Nieuwe regels kostendelende vereniging en BTW + update 31/01/2017
Afgelopen week deed het nieuws de ronde dat er dringend actie vereist was aangaande een btw-regeling voor tandartsen. Paniek overal. Een storm in een glas water, zo blijkt nu, want zelfs bij de btw administratie kunnen ze geen antwoorden verschaffen. We willen u langs deze weg de laatste informatie hieromtrent meegeven:

Wat is er gaande? 
De btw-administratie heeft toelichting verschaft bij de nieuwe btw-vrijstelling voor diensten verricht aan hun leden door zelfstandige groeperingen van personen (Circulaire nr. 31/2016). Hieruit blijkt dat (mogelijks) acties vereist zijn. Dit kan van belang zijn voor groeperingen, onverdeeldheden van vrijgestelde belastingplichtigen of niet-belastingplichtige rechtspersonen die in het verleden hun kosten deelden en dit ongeacht of de groepering een onderscheiden juridisch bestaan kende van haar leden. We denken bijvoorbeeld aan groeperingen van dokters, van tandartsen, van scholen, van syndicale verenigingen, van allerhande vzw’s, van openbare instellingen, etc. die kosten doorrekenen, erelonen verdelen, vergoeding voor praktijk aanrekenen, …
 
Het is dan ook belangrijk om na te gaan of uw kostendelende vereniging mogelijks door deze nieuwe btw-vrijstelling geviseerd wordt. Voor hen moeten we immers onderzoeken of acties ondernomen moeten worden. Vallen ze nog onder de nieuwe, gewijzigde btw-vrijstelling voor zelfstandige groeperingen van personen? Zijn er specifieke acties vereist binnen de groepering en naar de btw-administratie toe (meldingsplicht, wat met personeel van de groepering, …)? Welke btw-verplichtingen moeten er vanaf heden volbracht worden?

Solo tandartspraktijk: geen wijzigingen – u hoeft verder niks te doen.
Groepspraktijk: valt onder deze wijziging – verder lezen.

Wat betekent dit voor u als tandarts?
 
Medische prestaties zijn vrijgesteld van btw (behalve esthetische). Onderlinge aanrekeningen binnen de associatie, zoals groepspraktijken, zijn vaak niet vrijgesteld, maar bleven tot nu toe buiten schot van de fiscus. Tot voor kort had de fiscus geen zicht op de bedragen en afspraken binnen uw associatie. Door een recente wetswijziging is er een meldingsplicht voor kosten delende verenigingen. De vrijstelling voor onderlinge aanrekeningen kunnen dan nog enkel ingeroepen worden wanneer de samenwerkingsovereenkomsten worden aangegeven bij de fiscus.

Het is niet de bedoeling dat er voor tandheelkundige prestaties btw wordt geheven. Men wil vooral zicht krijgen om onderlinge aanrekeningen. 
 
Een recente circulaire van 12 december 2016 heeft tot doel gehad de draagwijdte toe te lichten van de vrijstelling van diensten verricht door zelfstandige groeperingen voor hun leden waarin het nieuwe artikel 44, § 2bis, van het btw-Wetboek voorziet.
 
Het gaat hier over de btw die in sommige gevallen verschuldigd is door deze zelfstandige groeperingen op kosten die doorgerekend worden aan of verdeeld worden tussen de leden.
 
Dit nieuwe artikel 44, §2bis van het btw-Wetboek werd ingevoegd bij de wet van 26.05.2016 tot wijziging van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde met betrekking tot de vrijstelling van de diensten verricht aan hun leden door zelfstandige groeperingen van personen (BS 09.06.2016) en vervangt artikel 44, § 2, 1°bis, van het btw-Wetboek en het koninklijk besluit nr. 43 van 05.07.1991 die met ingang van 01.07.2016 worden opgeheven.
 
Door een vraag van de Europese Commissie heeft België de regeling voor de zelfstandige groeperingen van personen (kostendelende verenigingen) afgestemd op de Europese voorschriften (art. 132, lid 1, punt f), richtlijn 2006/112/EG). 
 
Onder ‘zelfstandige groepering van personen’ wordt verstaan:
 
- de vereniging met rechtspersoonlijkheid;
- de vereniging zonder rechtspersoonlijkheid die onder een eigen benaming als afzonderlijke vereniging of groepering tegenover haar leden en tegenover derden optreedt
 
Het kenmerk van deze kostendelende vereniging is een permanente belangengemeenschap die door fysieke personen of door rechtspersonen wordt opgericht met het oog op rationalisering en om hun beheers- en exploitatiekosten te verminderen. Haar hoofdkenmerk is het gemeenschappelijk maken van de uitgaven die door de deelnemers of de leden worden gedragen.

Het gaat dus over een groepspraktijk, ongeacht of men als individu of vennootschap is vertegenwoordigd. 
De maatregel heeft geen toepassing op een solopraktijk

(Nieuwe) vrijstellingsregeling vanaf 1 juli 2016 door toepassing van bovenvermelde wetgeving en circulaire
 
Indien voormelde zelfstandige groeperingen aan een aantal voorwaarden voldoen moet er geen btw aangerekend worden op de interne kostenafrekeningen (nieuwe § 2bis in art. 44, Btw-wetboek):
 
- de leden van de groepering werken duurzaam samen. Er moet bijgevolg een samenwerkingsovereenkomst afgesloten worden.  Zeer veel associaties beschikken over een dergelijke regeling (wat deontologisch ook een verplichting is). Een feitelijke vereniging volstaat.  Het is niet nodig hiervoor een overkoepelende vennootschap op te richten.
- de leden van de groepering oefenen op geregelde wijze een activiteit uit die op grond van artikel 44 van het Btw-wetboek is vrijgesteld of waarvoor zij niet belastingplichtig zijn. De vrijgestelde handelingen of de handelingen waarvoor de leden niet belastingplichtig zijn, vertegenwoordigen een overwegend deel van de activiteit van de leden. In concreto betekent dit dat minstens 50 % van de omzet binnen het samenwerkingsverband moet vrijgesteld zijn van btw. Vb. u werkt als arts mee aan klinische studies, dus u genereert met uw activiteiten zowel vrijgestelde (verzorging van de patiënt) als btw-belaste omzet (onderzoek). Mogelijks kan u genieten van een bijzondere regeling voor klinische studies, waardoor u geen btw dient aan te geven op dit deel van uw omzet. Toch wordt u beschouwd als een gemengde btw plichtige.
 
Je omzet komt minstens 50% uit tandheelkundige prestaties
Het betreft een samenwerking tussen collega’s die niet éénmalig is maar dagelijks/wekelijks/maandelijks verder loopt. 
 
Maar zolang uw omzet van patiënten goed is voor de helft van uw omzet levert dit geen probleem op:
 
- de activiteiten van de groepering bestaan in het verrichten van diensten aan haar leden (dus geen goederen) die direct nodig zijn voor hun vrijgestelde activiteit of voor hun activiteit waarvoor zij niet belastingplichtig zijn. Indien de groepering ook handelingen verricht aan niet-leden, vertegenwoordigen de handelingen verricht aan haar leden een overwegend deel van de activiteit van de groepering;
- de associatie moet een van de leden aparte identiteit met een eigen naam vormen : feitelijke vereniging X of samenwerkingsovereenkomst van de dienst X. Zij moet ook over een adres beschikken en er wordt een beheerder of verantwoordelijke aangesteld.
- de associatie moet ook een eigen bankrekening hebben en een eigen boekhouding voeren, afzonderlijk van de boekhouding van de leden.  Die moet voldoende onderbouwd zijn om de administratie toe te laten de naleving van de vrijstellingsvoorwaarden te controleren wat betreft de verdeling van de kosten.  Alle inkomende facturen die verband houden met de activiteit moeten op naam van de kosten delende vereniging staan en in de boekhouding opgenomen worden.
- de aan ieder lid aangerekende vergoeding of retributie vertegenwoordigt enkel de terugbetaling van zijn aandeel in de door de groepering gedane gezamenlijke uitgaven. Met andere woorden er mag geen winst gemaakt worden. De vergoedingen die uitgekeerd worden moeten bijgevolg kostendekkend zijn. Als A en B elk € 50 storten mogen de kosten ook niet meer dan 100 € bedragen.
- de vrijstelling leidt niet tot concurrentieverstoring.
 
 
Registratieplicht
 
In feite was bovenstaande reglementering al geruime tijd van toepassing. Ingevolgde de update van de regels over de kostendelende verenigingen werd er echter een verplichting ingevoerd waarbij deze verenigingen zich moeten registreren (bekendmaken) bij de btw.
 
Dit zou uiterlijk vóór 31 januari 2017 met een aangetekende zending aan het plaatselijk btw-kantoor moeten worden gestuurd.

Aangezien er bijzonder veel vragen zijn aangaande de concrete toepassing, welke formulieren/formaliteiten moeten ingevuld of opgemaakt worden, de btw-kantoren zelfs nog niet op de hoogte zijn van deze maatregel, de btw-administratie nog geen antwoord kan geven op specifieke vragen van de beroepsgroepen, is deze datum absoluut niet realistisch.
Even afwachten tot wanneer alle instanties de juiste antwoorden kunnen geven is dan ook aangewezen. 
 
In concreto
 
1. Wij raden u aan de verdere berichtgeving te volgen via onze website. We staan in contact met de btw-administratie om snel duidelijkheid te kunnen brengen. 
2. Indien u in een groepspraktijk werkzaam bent, raden wij u aan contact op te nemen met uw boekhouder/fiscalist en deze info over te maken. Zij zullen dan verder de nodige stappen ondernemen van zodra dat mogelijk is. Zij kennen uw persoonlijke situatie het best van al. 
3. Aangezien er veel onduidelijkheden zijn en de btw-kantoren nog niet geïnformeerd zijn, zal de vooropgestelde termijn van 31 januari 2017 niet realistisch zijn. U hoeft dan ook geen overhaaste beslissingen te nemen. 

Update 31/01/2017: Persbericht Financiën : 

 

Uitstel meldingsplicht zelfstandige groepering tot 31 maart 2017

Ingevolge de sedert 1 juli 2016 gewijzigde vrijstellingsregeling voor diensten die zelfstandige groeperingen aan hun leden verrichten (artikel 44, § 2bis Wbtw), moeten dergelijke verenigingen de aanvang van hun activiteit melden binnen de maand na de aanvang van hun activiteit. De op 1 juli 2016 reeds bestaande zelfstandige groeperingen moesten zich ook melden bij de fiscus uiterlijk op 1 augustus.

In zijn circulaire over deze regeling voorzag de fiscus in een uitstel van deze meldingsplicht tot 31 januari 2017.

In onze mailing 2017/03 van 25 januari 2017, kondigden wij reeds aan dat er een gedoogperiode zou worden toegestaan.

De fiscus bevestigt nu dat zelfstandige groeperingen tijd hebben tot 31 maart 2017 om aan deze meldingsplicht te voldoen.



Informele contacten tussen VBT en BTW ambtenaren geven aan dat deze materie geen prioriteit vormt zolang er geen duidelijkheid bestaat binnen de administratie. 

Ons advies blijft dan nog steeds : 

1. indien u samenwerkt met collega's, verwittigt u best uw boekhouder (zowel de praktijkhouder als de samenwerkende collega's), zodat ten gepaste tijde de nodige formaliteiten in orde kunnen worden gebracht. 

2. er komt allicht meer duidelijkheid de komende weken/maanden. U kan dus beter de verdere berichtgeving afwachten.